Een goede lobbyist heeft niks te verbergen
Als politici zich bij het wegen van belangen laten beïnvloeden door lobbyisten is dat goed voor de democratie, zegt Peter van Keulen.
Bert Lanting schrijft over de invloed van lobbyisten aan de hand van de chemierichtlijn REACH. Die werd zwaar bevochten door voor- en tegenstanders (Economie, 8 mei). Het artikel suggereert dat het door parlementariërs overnemen van door lobbyisten opgestelde teksten en amendementen 'schadelijk voor de democratie' is. Dat is naïef en defensief en doet onrecht aan nut en noodzaak van politieke belangenbehartigers die hun eigen rol en verantwoordelijkheid hebben bij de totstandkoming van beleid.
Voorop gesteld: lobbyen is meer dan het overnemen van teksten door politici. Vergelijk in dit geval de rol van de politicus met die van een journalist. Een journalist belt rond, doet onderzoek en vergaart feiten. Hier en daar neemt hij letterlijk uitspraken over van mensen met wie hij praat. Hoewel ze van een ander zijn, maakt de journalist de afweging dat de uitspraken passen in het verhaal dat hapklaar wordt aangeboden aan een lezer. Een simplistische vergelijking die opgaat. Een goede politicus doet namelijk precies hetzelfde: hij vergaart, absorbeert en selecteert. Uiteindelijk bepaalt hij een koers in een inbreng, schriftelijke vraag of amendement.
Iedereen doet aan lobbyen tegenwoordig: bedrijven, overheden en ngo's. De aandacht voor het vak (ook wel public affairs genoemd) groeit enorm. Deze groei leidt tot professionalisering van het vak, evenals tot verhoogde concurrentie om aandacht te krijgen bij parlementariërs en ambtenaren. Hierdoor neemt het belang toe om je te onderscheiden van anderen. En daardoor neemt de kwaliteit toe.
Kortom, een positieve spiraal, waardoor de kwaliteit van lobbyen de komende jaren toeneemt. En het kaf zich van het koren scheidt, doordat de klassieke netwerklobbyist die borrels en diners afloopt zeldzamer wordt. Een nieuwe generatie beleidsbeïnvloeders dient zich zichtbaar aan.
Dat de Europese Commissie dit wil kannaliseren (zoals het artikel van Lanting beschrijft), daar is op zichzelf niets op tegen. Feit is dat voor dit moment de beeldvorming ten aanzien van het vak nog steeds te wensen over laat. (Net als het imago van europarlementariërs trouwens.)
Dat komt bijvoorbeeld omdat een professionele lobbyist niet van de daken schreeuwt dat 'zijn' amendement is aangenomen. Successen behoor je namelijk niet te claimen, het gebruik van bezittelijk naamwoord in ongepast.
Meer transparant maken waar politici hun inspiratie opdoen, lijkt me een uitstekend idee. Ook al moet geen schijntransparantie worden gecreëerd door te zeggen: 'U registreert, dus u bestaat'.
Tevens moet het Europees Parlement niet kiezen voor een systeem zoals dat in Washington geldt. Daar is de administratieve rompslomp enorm, omdat je je als lobbyist niet alleen moet registreren maar ook moet bijhouden wat je budget is, voor wie je werkt en met wie je een broodje eet. Maar als dat de beeldvorming van het vak verbetert, zal ik het met genoegen en als eerste doen. Een goede lobbyist heeft namelijk niks te verbergen.
Natuurlijk zijn er uitwassen van ongeorganiseerde organisaties of louche lobbyisten die weinig georkestreerd teksten 'insteken', door willekeurig met hagel te schieten in de hoop dat tekstbronnen worden overgenomen. Dat was ook bij de lobby gericht op REACH goed zichtbaar. Het is jammer dat dat gebeurt, want het bepaalt kennelijk hoe er door sommigen naar het vak gekeken wordt. Als een politicus input vraag van het veld - waarbij de lobbyist slechts dient als drager van de boodschap - wordt de legitimiteit van besluitvorming verhoogd. Lobbyen versterkt de democratie!
Peter van Keulen is lobbyist en oprichter/erelid van de Beroepsvereniging voor Public Affairs.